Vest breien, in elkaar zetten

Als jullie zo ver zijn en de 16 blokken van het vest zijn klaar, dan is het tijd om het verticale blokken aan elkaar te zetten en de schouders te sluiten. Met de schouders gaan we beginnen.

De mooiste manier om schouders te sluiten is om ze te mazen; hieronder vertel ik hoe dit moet.

Het aan elkaar mazen van schouders:

Leg de twee aan elkaar te naaien schouderlijnen tegenover elkaar en speld de schouderlijnen aan elkaar vast met veiligheidsspeldjes.

Neem een draad in dezelfde kleur als van je breiwerk. (Of gebruik een lange draad die je aan je werk hebt laten hangen).

Begin in het midden van een duidelijk zichtbare V zo hoog mogelijk in het werk (soms zitten de steken net verborgen onder de afhechtlijn.) Steek met je stopnaald met stompe punt van achter naar voren in de V.

*Ga vervolgens naar de tegenoverliggende schouderlijn en zoek daar de plaats tussen twee V’s in en neem de volgende twee draden op om de V heen. Ga vervolgens weer terug naar de tegenoverliggende schouderlijn en steek in het midden van de volgende V naar beneden en in de volgende V weer omhoog.* Herhaal dit steeds tot je aan het eind van de schouderlijn bent.

Het plaatje is niet erg scherp, maar wel heel duidelijk. Hieronder een aantal foto’s van mijn werk.

Hecht de draden af en de schouders zijn dicht.

De verticale lijnen aan elkaar maken.

Ik beschrijf hier twee methodes, een gehaakt met ribbel aan de buitenkant of binnenkant en het aan elkaar naaien.

De meest gebruikelijke manier is het aan elkaar naaien met de matrassteek. Deze manier kun je voor alle verticale lijnen gebruiken en wordt erg mooi en onzichtbaar (vooral bij tricot).

Begin weer met het aan elkaar spelden van de aan elkaar te naaien delen. Tel hierbij steeds 10 of 20 steken naast elkaar en zet ze daar aan elkaar. Dit is even een precies werkje, maar als de delen scheef tegen elkaar aan genaaid worden gaat je hele vest draaien of trekken. Dat zou heel jammer zijn.

Eerst het plaatje, die maakt al heel veel duidelijk.

Pak nu een draad (de kleur maakt niet zoveel uit, steek van achter naar voren in de onderste V die het dichtst bij de kant ligt (waarschijnlijk is de mooiste de tweede V van de kant).

*Ga in een verticale lijn omhoog en pak twee draadjes middenin de V’s op en kom weer omhoog. Ga nu met je naald naar de andere kant van het werk en doe hier hetzelfde, pak ook twee verticale draadjes op en kom weer naar boven.* Herhaal deze stappen, trek de draad aan na een aantel steken zodat je hem niet meer ziet, maar niet te strak, anders gaat het werk trekken. Ik geef er ook de voorkeur aan om na iedere 10 of 15 steken even een extra steekje te maken voor de stevigheid.

Ga zo door tot je bovenaan het werk gekomen bent.

Let op: doe dit drie keer, 2 zijnaden en middenachter. Laat middenvoor open! het wordt een vest.

Op de foto’s is te zien dat ik begonnen ben met het oppakken van 1 draadje in de V, later ben ik overgestapt op twee draadjes.

Het aan elkaar haken van de verticale lijnen.

Eerst ga je aan de goede kant van het werk langs iedere lijn die je aan elkaar wilt haken een rij vasten haken. Gebruik hiervoor dezelfde naalddikte als je breiwerk, in mijn geval naald 4,5. Voor het haken van de vasten pak je de eerste (of tweede als je de eerste steek niet breit) V op, haalt de werkdraad door naar voren, sla de draad om de naald en haal door de twee steken op je naald.

Nu is het zo dat een verticale breisteek niet even hoog is als een haaksteek. Wat ik altijd doe is de volgende volgorde van haken gebruiken bij een verticale rand: 1 vaste in de volgende twee V’s, sla 1 V over. Herhaal dit. Controleer regelmatig of de spanning goed wordt en het werk nergens gaat trekken of lubberen. Pas anders de hoeveelheid steken aan.

Ook de rekbaarheid van het werk moet ongeveer hetzelfde worden. Wanneer dit allemaal klopt ga je de hele lengte met vasten haken. Tel ondertussen de hoeveelheid steken en plaats markeerders bij iedere 10 of 20 vasten.

Haak nu aan de tegenoverliggende rand net zoveel vasten. Verdeel hiervoor je werk ook weer met markeerders op dezelfde afstanden als bij de eerste rij vasten. Maak deze tweede lijn helemaal af, knip de draad niet af.

Nu kunnen ze aan elkaar gehaakt worden. Dit leg ik met drie methodes uit;

  1. aan elkaar haken met verdikte rand aan de buiten kant met een zichtbare V: leg de delen die aan elkaar moeten op elkaar met de verkeerde kanten binnen en haak steeds twee vasten aan elkaar. Je pakt met je naald dus 1 vaste van de ene kant en 1 vaste van de andere rand (4 lusjes). haal de draad door de lussen, sla om, haal de draad door, sla om en haal door de overgebleven twee lussen. Doe dit over de hele lengte, hecht af.
  2. Met verdikte rand aan de binnenkant (sorry, geen foto). Doe precies hetzelfde als bij 1, maar leg dan de goede kanten van het werk op elkaar en haak aan de achterkant vasten.

3. Het aan elkaar haken met minder verhoging. Leg voor deze methode de panden plat naast elkaar neer, haal een lus op uit de V aan de ene rand met je werkdraad, haal de naald eruit en haal een lus op uit de andere rand, pak de loshangende lus weer op en, sla de draad om de naald en haal door de twee lussen. Herhaal dit tot het eind.

Ik zou als ik jullie was eerst proefsgewijs de verschillende methodes uitproberen en kijken welke je het meest bevalt en als het goed is kun je met de door jou gekozen methode het hele vest in elkaar zetten en hem aan proberen. Leuk leuk!

Mijn vest ziet er nu zo uit:

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.